06 december 2013 | Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gaat ook in 2014 door met een versnelde afbouw van de Nederlandse bijdragen aan onderwijs in ontwikkelingslanden. Dat is de uitkomst van het begrotingsdebat dat de afgelopen weken in de Tweede Kamer werd gehouden. Door een nieuwe bezuiniging van ca € 1 miljard euro, daalt de Nederlandse ontwikkelingshulp voor het eerst in 40 jaar onder de internationaal afgesproken norm van 0,7% van het BNP. Desondanks kreeg de Begroting 2014 het akkoord van de meerderheid van de Tweede Kamer.

Onderwijssteun: € 70 miljoen minder

In 2014 daalt het budget voor onderwijssteun met 70 miljoen naar € 106 miljoen. Daarvan is ongeveer de helft bestemd voor basisonderwijs – deels via onderwijsprogramma’s in (voormalige) partnerlanden en deels via een bijdrage aan het Global Partnership for Education (GPE). Onder het speerpunt Veiligheid en Rechtsorde wordt in 2014 nog zo’n  € 35 miljoen besteed aan onderwijs in fragiele staten. Hoeveel budget in 2014 beschikbaar is voor (lager) beroepsonderwijs is niet duidelijk. Volgens de minister, die vindt dat beroepsonderwijs ondersteunend kan zijn aan de speerpunten, werd daar in 2013 ca € 90 miljoen aan besteed.

Volgens de begroting BuHa&OS 2014 daalt het budget voor onderwijssteun de komende jaren nog verder, tot ca. € 44 miljoen vanaf 2017. Dat geld zal voornamelijk worden besteed aan onderzoeksprogramma’s en beurzen voor studenten uit ontwikkelingslanden. Na 2014 is ook geen verdere Nederlandse bijdrage meer voorzien aan het Global Partnership for Education, dat een belangrijke rol speelt als vervangende donor in landen waar de bilaterale onderwijssteun (zoals van Nederland) wegvalt of daalt.

Daarmee valt definitief het doek voor de belangrijke Nederlandse bijdrage aan verbetering van de toegang tot en de kwaliteit van het onderwijs in ontwikkelingslanden. Jarenlang was Nederland een van de belangrijkste donoren op het gebied van met name basisonderwijs en werd het internationaal gewaardeerd om zijn belangrijke inhoudelijke bijdragen en innovatieve programma’s. In 2009 bedroeg de Nederlandse onderwijssteun nog ruim € 500 miljoen. Onder het kabinet Rutte I werd onderwijs bestempeld tot ‘posterioriteit’ in het OS-beleid en sinds 2010 is juist op deze post het meest bezuinigd. Deelname van de PvdA in het kabinet Rutte II bracht daar geen verandering in.

Nauwelijks verzet

Met uitzondering  van oppositiepartij SP was er in de Tweede Kamer nauwelijks verzet tegen verdere bezuinigingen op het budget voor onderwijshulp. Een amendement van de SP-woordvoerder Jasper van Dijk om in 2014 € 50 miljoen extra te besteden aan het Global Partnership for Education kreeg dan ook geen steun van de andere partijen.  Een amendement van de CU-woordvoerder Joël Voordewind om € 50 miljoen extra te besteden aan programma’s op het gebied van aids-bestrijding, kinderrechten en beroepsonderwijs, haalde het wel.  Ook stelde PvdA-woordvoerder Roelof van Laar de minister vragen over de Nederlandse inspanningen om de continuïeit van onderwijsprogramma’s in  (voormalige) partnerlanden te waarborgen.

Bezuiniging van 1 miljard

Het totale budget voor BuHa&OS voor 2014 bedraagt € 3,7 miljard, ofwel 0,59% van het Bruto Nationaal Product. Daarmee voldoet Nederland voor het eerst in 40 jaar niet aan de internationaal overeengekomen norm dat rijke landen 0,7% van hun BNP besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Voor GL was dit reden om – voor het eerst in het bestaan van deze partij – te stemmen tegen de begroting voor ontwikkelingssamenwerking.