11-09 2015 | Na twee jaar van overleg en onderhandelingen ligt er een voorstel voor nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen, dat eind september tijdens een speciale VN-top moet worden vastgesteld. De 17 Sustainable Development Goals (SDG’s) zijn vastgelegd in het document ‘Transforming our World: The 2030 Agenda for Sustainable Development.’ Als het goed is, zetten regeringsleiders van alle landen in de wereld hier eind september hun handtekening onder. Daarmee verplichten ze zich om al het mogelijke te doen om deze doelen te realiseren.
Iedereen kon meepraten
Anders dan bij de Millenniumdoelen, die werden opgesteld door een kleine club van deskundigen, heeft de hele wereld kunnen meepraten over de nieuwe ontwikkelingsagenda. Niet alleen regeringen, maar ook maatschappelijke organisaties, instellingen, bedrijven en particulieren. Jong en oud, arm en rijk. Ook de Global Campaign for Education was en is een actief en invloedrijke deelnemer aan deze onderhandelingen. Dat betreft dan met name de discussie over nieuwe onderwijsdoelen voor 2030.
Ambitieus en breed
Over het algemeen is GCE tevreden over het resultaat van de onderhandelingen. Er is een apart doel voor onderwijs (SDG 4) dat breed en ambitieus is: ’Ensure inclusive and equitable quality education and promote lifelong learning opportunities for all’. Inclusief, gelijkheid, kwaliteit en levenslang leren zijn de kernbegrippen, waarmee dit doel het hele spectrum van educatie bestrijkt. Het heeft specifieke doelstellingen voor gratis basis- en voortgezet onderwijs voor kinderen en jongeren en voor ten minste 1 jaar voorschoolse educatie. In de doelstellingen wordt ook expliciet verwezen naar meisjes, kinderen met een beperking en kinderen uit inheemse bevolkingsgroepen.
Reden tot zorg
Maar GCE is niet alleen maar tevreden. In de laatste onderhandelingsronde sneuvelden een paar belangrijke subdoelen. Zoals de afspraak dat alle leerlingen alleen les krijgen van gekwalificeerde leerkrachten, en dat alle volwassenen in 2030 moeten kunnen lezen en schrijven.
Een ander belangrijk punt van zorg is de promotie van publiek-private partnerschappen, zonder dat duidelijk wordt vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. In het onderwijs kan dat averechts uitpakken en ongelijkheid in de hand werken.
Financiering
Ten slotte is GCE ook teleurgesteld over de uitkomst van de conferentie in Addis Abeba in juli van dit jaar, over de financiering van de nieuwe ontwikkelingsagenda. Anders dan gehoopt, werden daar geen afspraken gemaakt over een hervorming van mondiale financiële systemen. Dat had kunnen helpen om de nodige fondsen te genereren voor het uitvoeren van de nieuwe ontwikkelingsagenda. UNESCO heeft berekend dat er, naast de nationale investeringen die landen zelf kunnen doen, per jaar zo’n 39 miljard dollar extra nodig is aan externe financiering om de nieuwe onderwijsdoelen te realiseren. Dat geld zal ergens vandaan moeten komen.
Het kan nog misgaan
Hoewel er zeker iets te vieren valt met de totstandkoming van de nieuwe Duurzame Ontwikkelingsagenda, is het toch zaak om waakzaam te blijven. Ook in deze fase van het proces kan het nog misgaan. Dat heeft de maken met de indicatoren, waarover momenteel nog druk wordt onderhandeld. Wat gaan we precies meten om te controleren of de doelen worden gehaald? Wordt kwaliteit van onderwijs bijvoorbeeld alleen gemeten aan de hand van toetsresultaten of wordt het veel breder bekeken? Als de indicatoren te beperkt worden gedefinieerd, kunnen ze de intentie en reikwijdte van de vastgestelde doelen ernstig ondergraven. Dat kan ingrijpende gevolgen hebben voor de manier waarop de onderwijsagenda de komende jaren wordt uitgevoerd.
De strijd is dus nog lang niet gestreden. GCE zal zich de komende weken en maanden blijven inzetten voor een optimale nieuwe onderwijsagenda voor 2030.
Download het VN-Voorstel ‘Transforming our World; the 2030 Agenda for Sustainable Development’
