28 augustus 2013 | Het politieke lobbywerk van Woord en Daad voor armoedebestrijding in ontwikkelingslanden is voor een deel zeker effectief geweest. Dat is de hoofdconclusie van een evaluatie die onlangs is verricht. Zo droeg Woord en Daad eraan bij dat er meer aandacht en inzet is voor beroepsonderwijs in ontwikkelingslanden, vanuit zowel het Ministerie van Buitenlandse Zaken als de Tweede Kamer.

Als organisatie die zich inzet voor armoedebestrijding, vindt Woord en Daad het belangrijk dat ook de politiek bondgenoot is in die strijd. Daarom onderhoudt Woord en Daad sinds enkele jaren permanente contacten met ambtenaren en politici. Doel hiervan is de politiek zodanig te beïnvloeden dat met de beschikbare middelen voor ontwikkelingssamenwerking zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijk geholpen worden.

Om te beoordelen of deze politieke contacten nut hebben, besloot Woord en Daad om deze activiteiten extern te laten onderzoeken. Dat is geen eenvoudige klus. Politiek Den Haag is een web van allerlei relaties tussen belanghebbenden, ambtenaren en politici. Niemand kan in zijn eentje de politiek naar zijn hand zetten. Invloed uitoefenen op bijvoorbeeld Kamerleden vereist het opbouwen van een goed relatienetwerk en het kennen van de politieke spelregels. Woord en Daad heeft de evaluatie laten verrichten door Wolfgang Richert van het Amsterdamse bureau WOLF Consulting.

De evaluator noemt een aantal factoren die bijdroegen aan de effectiviteit van het lobbywerk van Woord en Daad: het beschikken over een goed politiek netwerk, het op het juiste moment leveren van betrouwbare, hoogwaardige informatie aan besluitvormers, het snel en flexibel inspelen op de politieke actualiteit, en het hanteren van een coöperatieve stijl – Woord en Daad geeft de voorkeur aan een stijl waarbij waar mogelijk naar gedeelde belangen met besluitvormers gezocht wordt.

Daar waar het lobbywerk te weinig effect had, kwam dit bijvoorbeeld  omdat de doelen van Woord en Daad niet concreet genoeg waren, omdat er te weinig werd samengewerkt met andere spelers in het politieke krachtenveld, of omdat het politieke klimaat een positief resultaat in de weg stond.

Evaluaties van politiek lobbywerk vinden nog niet op grote schaal plaats. Wat het rapport uniek maakt in vergelijking met andere evaluaties, is dat de onderzoeker verschillende ambtenaren en politici heeft kunnen spreken over de politieke activiteiten van Woord en Daad. Zij stelden weinig eisen ten aanzien van de vertrouwelijkheid van de informatie die ze met hem deelden. De openheid van de informanten maakte het voor de onderzoeker gemakkelijker om vast te stellen of Woord en Daad inderdaad resultaten heeft bereikt in Den Haag.

Specifieke thema’s waar Woord en Daad zich op richt, zijn onder ander beroepsonderwijs en basic education. Om die reden heeft Woord en Daad zich in 2012 formeel aangesloten bij GCE-Nederland. Voor basic education luidde de conclusie over de opbrengst van de lobbyactiviteiten: “On the one hand, proposed budget cuts were not substantially reversed, so the desired outcome of GCE’s advocacy was not achieved. On the other hand, the Parliament and the government agreed to a policy that minimized the risks of discontinuity of existing educational programmes in partner countries, and created the basis for further investments by other donors. Furthermore, it was important that the issue of responsible and coordinated reduction of the education budget figured on the agenda of the Parliament, as this was the actor with the power to influence the cabinet in the coming years.

In this context it is relevant to mention that in the same period the government continued to support TVET under the condition that it is related to the four spearheads of the new policy.

The relevance of Platform OIO was and still is to mobilize a broader group than GCE members only. This supports the advocacy because it shows that the support for these issues is broader than GCE members only which also helps GCE-NL to come to a strong, concerted message on education in the Post 2015 debate that has started in 2012. The role of the platform is further to exchange knowledge and experiences in education, and to mobilize for public action in case it is needed”.

→ Download het rapport Evaluation of Woord en Daad’s Policy Influencing Programme in the North (2008-2012)

→ Download de bijlage All outcomes – Full descriptions

Meer informatie: Evert-Jan Brouwer, politiek adviseur Woord en Daad en GCE-lid:e.brouwer@woordendaad.nl