12 december 2013 | In 59 ontwikkelingslanden steunt het Global Partnership for Education (GPE) de uitbreiding en verbetering van het nationale onderwijssysteem. Mede dankzij die steun konden sinds 2002 22 miljoen kinderen meer naar school, verbeterden de leerprestaties, vooral ook van meisjes, en maakten veel meer kinderen de school af. Nederland, medeoprichter van het GPE, leverde een belangrijke bijdrage aan die resultaten.Het Global Partnership-model werkt; dat is de belangrijkste conclusie, onderbouwd met harde cijfers en geïllustreerd met voorbeelden uit vele landen van ‘How the Global Partnership for Education Adds Value’. In dit rapport beschrijft het GPE, dat inmiddels tien jaar bestaat, de eigen werkwijze en de behaalde resultaten.
Fast Track Initiative
Het GPE is een internationaal fonds waarin regeringen van ontwikkelingslanden, donorlanden, VN-organisaties, internationale ontwikkelingsorganisaties en bedrijven samenwerken aan beter onderwijs in ontwikkelingslanden. Het werd in 2002 opgericht als het Fast Track Initiative, om meer vaart te zetten achter het realiseren van de Millenniumdoelen voor onderwijs. Na de nodige hervormingen werd het in 2011 omgedoopt tot het Global Partnership for Education.
Initiatiefnemer Nederland
Nederland was een van de initiatiefnemers en jarenlang een van de belangrijkste financiers. Het GPE levert financiële steun en inhoudelijke expertise, waarmee regeringen van ontwikkelingslanden hun onderwijssysteem kunnen verbeteren en uitbreiden. De steun is bedoeld voor de armste landen met de grootste onderwijsachterstand en wordt alleen verstrekt op basis van gedegen onderwijsplannen.
Stijging nationale onderwijsbudgetten
In ruim tien jaar steunde het GPE uitbreiding en verbetering van het basisonderwijs in een groot aantal ontwikkelingslanden met bijna 3,8 miljard dollar. Mede daardoor konden 22 miljoen kinderen meer naar school, verbeterden de leerprestaties en maakten meer kinderen – vooral meisjes – de school daadwerkelijk af. In de meeste van deze landen leidde steun van het GPE tot een stijging van nationale budgetten voor onderwijs.
Efficiënter
Steeds meer landen realiseren zich dat het GPE-model een belangrijke rol kan spelen bij de coördinatie en financiering van sectorplannen voor onderwijs. Door de samenwerking van donorlanden wordt de hulp efficiënter; ontwikkelingslanden bepalen zelf hoe ze het onderwijs willen aanpakken. Sinds de oprichting in 2002 groeide het aantal ontwikkelingslanden dat steun krijgt van het GPE van 7 naar 59 landen in 2013, waaronder 11 fragiele staten en 17 oorlogslanden.
Resultaten
In de ontwikkelingslanden die partner zijn van het GPE, groeide het aantal kinderen dat basisonderwijs volgt van 120 miljoen in 2000 naar meer dan 178 miljoen in 2011. Het percentage kinderen dat de school ook echt afmaakt steeg van 58% in 2000 naar 75% in 2011.
Daarbij maakten de GPE-partners de afgelopen tien jaar grote vooruitgang in het streven naar gelijke toegang tot onderwijs voor jongens en meisjes. In 2000 maakten voor elke 100 jongens nog maar 83 meisjes de basisschool af; in 2011 was dat aantal gestegen naar 93 meisjes op elke 100 jongens.
Opvallende vooruitgang
Ook in fragiele staten en door oorlog getroffen landen die partner zijn van het GPE, is de afgelopen tien jaar opvallende vooruitgang geboekt. Het aantal kinderen dat niet naar school gaat, daalde met 20% van 44 miljoen in 2000 naar minder dan 38 miljoen in 2011. In dat jaar maakte 68% van de kinderen de school af, vergeleken met 52% in 2000.
Voortgezet onderwijs
In de door het GPE gesteunde ontwikkelingslanden steeg het percentage kinderen met toegang tot voortgezet onderwijs van 38% in 2000 tot 58% in 2011. Gemiddeld steeg het percentage kinderen dat het voortgezet onderwijs afmaakte met 14%, van 30% in 2000 naar 44% in 2011.
Probleem niet opgelost
Ondanks deze resultaten is het recht op goed onderwijs voor alle kinderen nog lang niet gerealiseerd. Volgens de laatste cijfers van de VN dreigen de Millenniumdoelen voor onderwijs in 2015 niet te worden gehaald. Het GPE kan een doorslaggevende rol spelen bij de oplossing van de onderwijsachterstand in heel veel landen.
De hulp van het GPE is vooral gericht op de armste en meest kwetsbare kinderen in de wereld. Van de 57 miljoen kinderen die geen toegang hebben tot onderwijs, wonen er 42 miljoen in ontwikkelingslanden die partner zijn van GPE. Van die 42 miljoen woont 85% (ofwel 36 miljoen kinderen) in fragiele staten of door oorlog getroffen landen. Juist voor deze landen is het moeilijk om internationale financiering te vinden voor de opbouw van publieke voorzieningen.
Geldnood
Het GPE zit echter zelf in geldnood. In 2013 kwam voor ruim US $ 400 miljoen dollar méér aan aanvragen binnen voor financiële steun dan het internationale fonds in kas heeft. Voor juni 2014 staat een zogenaamde ‘pledging conference’ gepland. Het GPE hoopt dan voldoende financiële bijdragen te ontvangen van donorregeringen, internationale organisaties en het bedrijfsleven om de komende jaren aan alle aanvragen van ontwikkelingslanden te kunnen voldoen. De vooruitzichten zijn echter niet gunstig. Van 2009 tot 2011 daalden de toezeggingen voor internationale financiële steun voor onderwijs aan ontwikkelingslanden die partner zijn van het GPE met maar liefst 36%. Voor fragiele staten en oorlogslanden was dat zelfs 39%.
Goed besteed geld
In het kader van het prominente en innovatieve beleid ten aanzien van onderwijs in ontwikkelingslanden was Nederland jarenlang een van de grootste donoren aan het GPE. Dat dit ontwikkelingsgeld goed was besteed en concrete resultaten heeft opgeleverd, blijkt duidelijk uit het GPE-rapport ‘How the Global Partnership for Education Adds Value’. Sinds het aantreden van het kabinet Rutte I in 2010 is onderwijs echter geen prioriteit meer binnen het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking. De laatste jaren is juist op de post onderwijs het meest bezuinigd; nagenoeg alle onderwijssteun is afgebouwd, met name de bilaterale steun aan basisonderwijs in de meeste (voormalige) partnerlanden.
Geen nieuwe Nederlandse bijdragen
Sinds 2011 heeft Nederland het GPE nog wel gesteund, omdat dit fonds een belangrijke vervangende donor is in (voormalige) partnerlanden, waar Nederland zijn onderwijsprogramma’s beëindigt of al heeft afgebouwd. In 2014 draagt Nederland daarom nog € 30 miljoen bij aan het GPE. Vanaf 2015 zal Nederland het fonds echter niet meer steunen. Dat samenwerking met het GPE een bijzonder effectieve en efficiënte manier is om ontwikkelingsdoelen te bereiken, is blijkbaar geen enkel punt van overweging.
→ Download het rapport ‘How the Global Partnership for Education Adds Value’
→ Lees meer over het rapport
→ Bekijk de slideshow
→ Lees meer over het Global Partnership for Education
→ Lees meer over de replenishment meetings
→ Lees meer over het GPE-rapport ‘Results for Learning’
