02-12-2015 | “Een meisje onderwijzen is een land onderwijzen. Het veroorzaakt een domino-effect dat de wereld onmiskenbaar ten goede verandert”, aldus UNESCO-directeur Irina Bokova bij de presentatie van het rapport Gender and EFA 2000-2015. Uit het rapport blijkt dat in de helft van alle landen nog altijd geen sprake is van gelijke toegang tot onderwijs voor meisjes. 

“We hebben net een heel ambitieuze ontwikkelingsagenda aangenomen om een duurzame toekomst te bereiken. Dat gaat echter nooit lukken zonder goed opgeleide, zelfbewuste meisjes, jonge vrouwen en moeders”, waarschuwt Bokova.

Succesverhaal

In het rapport Gender and EFA 2000-2015: Achievement and Challenges vat het EFA Global Monitoring Team samen wat er de afgelopen vijftien jaar is terechtgekomen van de EFA-doelen voor gelijke toegang tot onderwijs voor meisjes. Het goede nieuws is dat er sinds 2000 goede vooruitgang is geboekt. Het aantal landen waar jongen en meisjes in gelijke mate toegang hebben tot zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs steeg van 36 in het jaar 2000 naar 62 in 2015. In die periode daalde het aantal meisjes dat niet naar school gaat met 52 miljoen. Dit is een van de grootste successen van de EFA-doelen.

Het slechte nieuws

De keerzijde is dat nog steeds 62 miljoen meisjes geen toegang hebben tot onderwijs. Vooral in de armste landen en met name op het platteland hebben meisjes een grote achterstand op jongens. Van de circa 30 miljoen meisjes van bassischoollleftijd die nu geen onderwijs volgen, zal naar verwachting de helft nooit een voet in een school zetten. Voor jongens is dat een derde. Het verschil in onderwijsdeelname tussen jongens en meisjes stijgt met elk schoolniveau. Hoewel de gender-kloof in het voortgezet onderwijs langzaam afneemt, gaan in ten minste 19 landen minder dan 90 meisjes naar school voor elke 100 jongens. De ongelijkheid is het grootst in de Arabische staten en in landen in zuidelijk Afrika.

Maatschappelijke barrières

De achterstand in onderwijs van meisjes en vrouwen belemmert de eigenwaarde, de gezondheid en de maatschappelijke positie van vrouwen. Tegelijkertijd is de achterstelling van meisjes en vrouwen in veel landen medeoorzaak van de ongelijke toegang tot onderwijs. Aaron Benavot, directeur van het EFA GMR team zei het zo: “Omdat we geen andere manier hebben om ongelijkheid te meten, richten we ons er vooral op om evenveel meisjes als jongens naar school te krijgen. Maar dat doel zullen we nooit bereiken, tenzij we de ook oorzaken van de ongelijkheid aanpakken: maatschappelijke barrieres en diepgewortelde discriminerende sociale normen”.

De aanbevelingen aan beleidsmakers die in het rapport worden gedaan, richten zich dan ook niet alleen op het toegankelijker maken van het onderwijs voor meisjes, maar ook op het bestrijden van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in het algemeen.

Download het rapport EFA and gender 2000-2015: achievements and challenges.

Lees meer over het rapport.