Bijna tien jaar lang was onderwijs binnen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking een prioritair thema. Al in 2002 werd met nagenoeg Kamerbrede steun een VVD-motie aangenomen, dat 15% van het Nederlandse ontwikkelingshulpbudget moest worden besteed aan onderwijs. Hoewel die 15% nooit echt is gehaald, besteedde de Nederlandse regering de de afgelopen 10 jaar ruim 4 miljard euro aan de financiering van onderwijsprogramma’s in ontwikkelingslanden. In die periode werd ook een schat aan kennis en ervaring opgebouwd.
Voortrekkersrol
Internationaal wordt Nederland beschouwd als toonaangevende, innovatieve donor en voortrekker van de Education for All-doelstellingen. Sinds 2000 gaan er wereldwijd ruim 40 miljoen kinderen meer naar school. Nederland heeft een belangrijk aandeel in dat succes. Nederlandse investeringen in onderwijs in ontwikkelingslanden hebben veel andere donoren over de streep getrokken. De eerste tijd lag het accent vooral op het vergroten van de toegang tot onderwijs; sinds een aantal jaren investeert Nederland echter vooral ook in de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Ook wordt meer aandacht besteed aan vervolgonderwijs en beroepsopleidingen.
Geen prioriteit meer
Onder de vorige minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders, werd voor het eerst getornd aan die 15%. Dat leidde echter nog niet tot grote bezuinigingen; onderwijs bleef een van de prioriteiten. De regering Rutte, die eind vorig jaar aantrad, zette echter fors het mes in het budget voor ontwikkelingshulp. Door staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen wordt onderwijs niet langer beschouwd als een prioriteit. Integendeel, op deze sector wordt de komende vier jaar het meest bezuinigd.
Oorspronkelijke begroting
Op de oorspronkelijke begroting voor 2011, van het vorige kabinet, stond voor onderwijs, onderzoek en Nederlandse kennisinstellingen in totaal nog € 607 miljoen euro. Daarvan was € 240 bestemd voor hoger onderwijs, beurzen, en financiering van KIT en OCW-kennisinstellingen. De rest, € 367 miljoen, was bestemd voor de financiering van programma’s voor ‘basic education’. Daaronder vallen de bilaterale programma’s van de ambassades, het MSF-programma, de bijdrage aan het FTI en andere internationale of multilaterale onderwijsprogramma’s..
Minder dan een derde
Het nieuwe kabinet begrootte in 2011 nog slechts € 446 voor deze doelen, waarvan € 256 voor basisonderwijs. De verwachting is dat de komende jaren deze budgetten zullen dalen tot zo’n € 250 miljoen aan totale uitgaven voor onderwijshulp in 2014, waarvan nog slechts rond de € 120 miljoen beschikbaar is voor ‘basic education’. Omdat de grootste bezuinigingen nog zullen komen, is de verwachting dat deze budgetten de komende jaren nog eens worden gehalveerd.
Verloren
Deze bezuinigingen betekenen niet alleen een forse aderlating voor de financiering van onderwijsprogramma’s in ontwikkelingslanden. Door de afbouw van de onderwijshulp gaat ook veel van de opgebouwde kennis en ervaring op onderwijsgebied verloren, zowel op het ministerie als op de betrokken ambassades. Bovendien komen ze op een uiterst ongelukkig moment.
Wereldwijde tekorten
Staatssecretaris Knapen gaat ervan uit, dat de financiering van onderwijsprogramma’s, waaruit Nederland zich terugtrekt, zal worden overgenomen door de overheden van ontwikkelingslanden zelf of door andere donoren. Als gevolg van de economische crisis staan de budgetten voor onderwijs onder druk, zowel van nationale overheden als van donoren. Volgens het Global Monitoring Report 2010 van UNESCO had SubSahara Afrika in 2009 en 2010 waarschijnlijk US $ 4,6 miljard per jaar minder beschikbaar voor onderwijs.
Nederland is niet het enige land dat bezuinigt op ontwikkelingssamenwerking en ook niet de enige donor die de steun aan onderwijs vermindert. Ook veel andere donorlanden bouwen de bilaterale steun aan onderwijsprogramma’s af; helaas slechts in een enkel geval ten gunste van een hogere bijdrage aan het FTI. Daardoor zal het nog niet eenvoudig zijn om andere donoren te vinden voor momenteel door Nederland gesteunde onderwijsprogramma’s.
