default logo

Partners in Education 2030

Wie werken aan de Education 2030-agenda?

Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van overheden om te zorgen voor goed onderwijs voor hun burgers. Overheden moeten de wetten, maatregelen en voorzieningen treffen die daarvoor nodig zijn. Maar ook andere partijen hebben een aandeel, zoals maatschappelijke organisaties, internationale instellingen, het onderwijsveld, jongerenorganisaties en vakbonden. Zij kunnen helpen om de onderwijsdoelen voor 2030 tot stand te brengen door beleidsadvisering, het leveren van onderwijsexpertise, campagnevoeren, lobbywerk, financiële steun, capaciteitsopbouw of het controleren van de overheidsuitgaven op onderwijs.


UNESCO

UNESCO, de afdeling van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met onderwijs, cultuur en wetenschap, coördineert de brede maatschappelijke beweging die de Education 2030-agenda heeft opgesteld. Regeringen, maatschappelijke organisaties, ontwikkelingsorganisaties en media maken allemaal deel uit van de Education for All-beweging.


logoGEMreportGlobal Education Monitoring Reports

Van 2000 tot en met 2015 bracht UNESCO jaarlijks een overzicht uit van de voortgang op de Education for All-doelen. De EFA Global Monitoring Reports waren gezaghebbende rapporten die naast uitgebreide statistieken ook beleidsevaluaties gaven en aanbevelingen deden. Elk rapport verdiepte zich bovendien in een speciaal thema, zoals analfabetisme, onderwijs in conflictgebieden, of de rol van leerkrachten.

Nu de nieuwe Education 2030-agenda nauw aansluit op SDG4, gaan de rapporten verder onder een nieuwe naam: Global Education Monitoring Reports.


logoGCEintGlobal Campaign for Education

Al in 2000 was duidelijk dat er flinke maatschappelijke druk nodig is om het recht op onderwijs voor iedereen te realiseren. Daarom sloegen enkele internationale maatschappelijke organisaties de handen ineen en richtten in de aanloop van het World Education Forum in Dakar de Global Campaign for Education op. Een van de medeoprichters was de latere Nobelprijswinnaar Kailash Satyarthi.

De GCE is in de loop van de jaren uitgegroeid tot het grootste netwerk ter wereld dat opkomt voor het recht op onderwijs. GCE voert campagnes en lobbyacties op nationaal, regionaal en internationaal niveau en speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Education 2030-agenda en SDG4.


GPE_2Lines_rgbGlobal Partnership for Education

Regeringen moeten voldoende geld besteden om al hun burgers te kunnen voorzien van goed onderwijs. In de Education 2030-agenda is vastgelegd dat regeringen ernaar zullen streven om ten minste 4 tot 6% van hun Bruto Nationaal Product (BNP), ofwel ten minste 15 tot 20% van hun overheidsbudget te investeren in onderwijs.

Sommige ontwikkelingslanden hebben zo weinig inkomsten, dat er onvoldoende geld beschikbaar is voor het onderwijs. Terwijl juist zij het zo hard nodig hebben voor de opbouw van hun land. Daarom is hulp nodig van rijkere landen en van internationale instellingen. Met de Education 2030-agenda beloven rijke landen dat ze ernaar zullen streven om de afgesproken norm van 0,7% van hun BNP te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat geld zou vooral naar de armste landen moeten gaan en naar onderwijs.

Een belangrijke speler bij de financiering van onderwijs in ontwikkelingslanden is het Global Partnership for Education. Ontwikkelingslanden kunnen bij dit fonds aankloppen voor financiële ondersteuning van hun onderwijsbeleid. Het GPE, dat afhankelijk is van de bijdrage van westerse landen en internationale instellingen, speelt een steeds belangrijkere rol bij de uitvoering van de Education 2030-agenda.