Skip links
Inhoud

Begroting 2012: weer minder geld voor onderwijshulp

27 oktober 2011 GCE-NL. De Nederlandse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking treffen vooral schoolkinderen in ontwikkelingslanden. Volgens het Regeerakkoord van het kabinet Rutte gaat de ontwikkelingshulp van 0,8 naar 0,7 procent van het BNP. Evenals vorig jaar wordt binnen de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking in 2012 het meest bezuinigd op de steun aan onderwijs in ontwikkelingslanden.

Begroting 2012: weer minder geld voor onderwijshulp

De Nederlandse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking treffen vooral schoolkinderen in ontwikkelingslanden. Volgens het Regeerakkoord van het kabinet Rutte gaat de ontwikkelingshulp van 0,8 naar 0,7 procent van het BNP. Evenals vorig jaar wordt binnen de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking in 2012 het meest bezuinigd op de steun aan onderwijs in ontwikkelingslanden.

25 procent minder

Bedroeg het budget voor steun aan onderwijs in ontwikkelingslanden in 2011 nog 334 miljoen euro, in de begroting voor 2012 is daar nog slechts 236 euro voor beschikbaar. Dat is een bezuiniging van 95 miljoen euro, ofwel 25 procent. Er wordt vooral geschrapt in de onderwijssteun die via de Nederlandse ambassades in de partnerlanden wordt gegeven.

Nieuwe speerpunten

Vorig jaar al kondigde staatssecretaris Knapen ingrijpende wijzigingen aan in het beleid tav ontwikkelingssamenwerking. Hij benoemde nieuwe speerpunten en bracht het aantal partnerlanden terug van 33 tot 15. Ook moet het Nederlandse bedrijfsleven een grotere rol gaan spelen in ontwikkelingssamenwerking en komt het Nederlandse belang centraler te staan.

De steun aan beter onderwijs in ontwikkelingslanden, die jarenlang een prominente plaats innam in de Nederlandse ontwikkelingshulp, heeft voor de regering Rutte geen prioriteit meer. Ook in 2011 werd op dat budget al bijna een kwart bezuinigd.

Steun basisonderwijs beëindigd

Het resterende budget voor steun aan onderwijs wordt bovendien op een andere manier ingezet. Tot nu toe steunde Nederland vooral ‘basic education’, dat naast basisonderwijs ook alfabetisering van volwassenen en het aanleren van beroepsvaardigheden bevat. Onder Knapen wordt de steun aan alle programma’s voor ‘basic education’ beëindigd, met uitzondering van die in een aantal (post)conflictlanden, ofwel fragiele staten.

Meer nadruk op beroepsonderwijs

De nadruk komt meer te liggen op beroepsonderwijs en hoger en voortgezet onderwijs. Ook wordt een substantieel deel van de 236 miljoen geïnvesteerd in samenwerkingsprojecten en studiebeurzen van Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Bovendien moeten alle onderwijsprogramma’s ondersteunend worden aan de vier nieuwe speerpunten.

Dreigende tekorten

De forse bezuinigingen op de steun aan onderwijs van de jarenlange ‘kampioen onderwijshulp’ hebben internationaal tot grote bezorgdheid geleid. Ze komen op een moment dat internationaal de aandacht voor onderwijs verslapt en veel andere westerse landen bezuinigen op ontwikkelingshulp of andere sectoren kiezen. Vooral in de financiering van ‘basic education’ dreigen in een fiks aantal ontwikkelingslanden grote tekorten.

Groot draagvlak voor onderwijshulp

De bezuinigingen op de onderwijshulp, zullen niet bepaald bijdrage aan het vergroten van het draagvlak voor ontwikkelingshulp in Nederland. Volgens een recent onderzoek (NCDO-Barometer 2011) is er onder de bevolking de meeste steun voor ontwikkelingshulp op de terreinen onderwijs, water en gezondheidzorg. Juist op deze terreinen zijn de afgelopen jaren de meest concrete resultaten geboekt, zoals blijkt uit de Resultatenrapportage Ontwikkelingssamenwerking 2009-2010, die Knapen onlangs aanbood aan de Tweede Kamer.

Geen simpele rekensom

De Nederlandse bezuinigingen op de steun aan onderwijs in ontwikkelingslanden betekent heel concreet dat er minder kinderen en volwassenen de kans zullen krijgen onderwijs van goede kwaliteit te volgen. Om hoeveel mensen dat gaat, is alleen bij benadering te berekenen; onderwijshulp omvat een keur aan directe en indirecte steun en een grote variëteit aan programma’s met uiteenlopende doelstellingen. Van technisch advies aan ambtenaren op het ministerie van onderwijs, een financiële bijdrage aan de nationale onderwijsbegroting tot de opleiding van leerkrachten en de productie van lesboeken.

 

 

«Terug