Schooldeuren in ontwikkelingslanden dreigen dicht te gaan
Schooldeuren in ontwikkelingslanden dreigen dicht te gaan
Door een gebrek aan onderlinge afstemming van onderwijshulp tussen de ontvangende landen en de donorlanden dreigen problemen voor het onderwijs in een aantal ontwikkelingslanden. Dat blijkt uit een voorlopig rapport van het Fast Track Initiative (FTI), het internationaal onderwijsfonds, en het onderzoeksinstituut Brookings. Sommige landen verliezen binnen korte tijd drie tot zelfs vijf van hun belangrijke onderwijsdonoren. In een brief aan alle woordvoerders Ontwikkelingssamenwerking van de Tweede Kamer heeft GCE-NL aandacht gevraagd voor dit gebrek aan donorcoördinatie en voor de mogelijke consequenties hiervan op het onderwijs in een aantal ontwikkelingslanden. Op 16 juni vindt in de Tweede Kamer het debat plaats over het beleid van Staatssecretaris Knapen, zoals vastgelegd in de zogenaamde ‘Focusbrief’.
Zonder onderwijs
“Wij wandelen geen schoolgebouwtjes uit waar kinderen nog binnenkomen in de verwachting daar nog onderwijs te kunnen volgen.” Dat zei de Staatssecretaris Knapen eind vorig jaar tegen Tweede Kamerleden die zich zorgen maken over de forse bezuinigingen op de onderwijshulp. Zoals het er nu naar uitziet, zullen straks in diverse landen toch grote aantallen kinderen zonder onderwijs komen te zitten. Knapen is namelijk van plan alle bilaterale Nederlandse hulp aan Burkina Faso en Zambia te beëindigen en de onderwijshulp aan Uganda, Benin en Mali drastisch te verminderen.
Zorgvuldig
Jarenlang was Nederland een van de belangrijkste en meest gewaardeerde donorlanden. Niet alleen wat betreft financiële steun, maar ook voor technisch en beleidsmatig advies aan onderwijs in ontwikkelingslanden. De regering Rutte besloot in 2010 echter om onderwijs als prioriteit binnen ontwikkelingsamenwerking te laten vallen en juist daar het meest op te bezuinigen. Volgens Knapen zou Nederland de onderwijshulp zorgvuldig afbouwen: “Wij doen het op basis van afstemming met partnerlanden en andere donoren. Wij doen niet aan kapitaalvernietiging en wij willen betrouwbaar zijn".
Op eigen houtje
Intussen is wel duidelijk dat er van die afstemming met partnerlanden en andere donoren in de praktijk nagenoeg niets terechtkomt. Het Fast Track Initiative (FTI) en het Brookings Institute constateren een alarmerend gebrek aan donorcoördinatie. Naast Nederland hebben ook andere donorlanden op eigen houtje besloten om de onderwijshulp te verminderen of te beëindigen, of om het aantal partnerlanden te verminderen.. Sommige landen gaan de hulp aan onderwijs weliswaar verhogen, maar die verhoging lijkt bij lange na niet de gaten te vullen die de vertrekkende donoren achterlaten.
Forse aderlating
Zo verliezen landen als Burkina Faso, Nicaragua en Cambodja in korte tijd elk vijf onderwijsdonoren, zonder dat duidelijk is of iemand die rol overneemt. Het onderwijsbudget van Burkina Faso bestaat voor ruim een derde uit ontwikkelingshulp, zodat die terugtrekking een forse aderlating betekent voor het onderwijssysteem. Uiteraard moeten ontwikkelingslanden op den duur hun eigen onderwijs kunnen bekostigen, maar ze moeten wel de tijd krijgen om daarvoor een (belasting)systeem te ontwikkelen.
Belangrijkste donor
Het conceptrapport van het FTI/Brookings Institute voorziet ook problemen voor andere ontwikkelingslanden die meerdere donoren verliezen, zoals Bolivia, Zambia, Benin en Mozambique, en voor landen die een deel van de onderwijshulp dreigen kwijt te raken, zoals Rwanda en Mali. Alle genoemde landen krijgen nu nog onderwijshulp uit Nederland; in een aantal landen is Nederland zelfs de belangrijkste donor. De consequentie is dat er minder scholen zullen worden gebouwd, minder lesboeken geproduceerd, minder leerkrachten worden opgeleid en dat er weinig terechtkomt van plannen voor verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. “Leerlingen zitten straks misschien opeens zonder lesmateriaal of zonder leerkracht”, aldus het conceptrapport.
Voorwaardelijk
In de brief aan alle Tweede Kamerwoordvoerders Ontwikkelingssamenwerking doet GCE-NL de aanbeveling om voorwaarden te verbinden aan de beëindiging of vermindering van de steun aan onderwijs. Voor elk van de partnerlanden zou eerst duidelijk moeten zijn wat de concrete gevolgen zijn voor het onderwijssysteem en zou een concrete oplossing gevonden moeten zijn om problemen te ondervangen.
Archief > 2012 > mei
- 16 mei 2012 - Aankondiging Impulsis Onderwijsdag 29 mei
- 15 mei 2012 - GCE-NL bepleit aandacht voor onderwijs in verkiezingsprogramma's




- 15 mei 2012 - Onderzoeksrapport over campagnes GCE-coalities
- 01 mei 2012 - 200 Million children under 5 years old denied the right to care and education