Skip links
Inhoud

Zonder onderwijs geen ontwikkeling

26 november 2010 GCE-NL. Het kabinet Rutte wil 160 miljoen euro bezuinigen op onderwijs in ontwikkelingslanden. In de beleidsnotitie die vrijdag naar de Kamer is gegaan, komt het woord ‘onderwijs’ bijna niet meer voor. Dat is niet alleen grote onzin, het leidt ook tot regelrechte kapitaalvernietiging

Zonder onderwijs geen ontwikkeling

Het kabinet Rutte wil 160 miljoen euro bezuinigen op onderwijs in ontwikkelingslanden. In de beleidsnotitie die vrijdag naar de Kamer is gegaan, komt het woord ‘onderwijs’ bijna niet meer voor. De regering wil liever investeren in ‘zelfredzaamheid en economische groei’. Onderwijs, een sector waarin Nederland jarenlang fors investeerde en indrukwekkende resultaten boekte, zou daarvoor niet relevant zijn. Dat is niet alleen grote onzin, het leidt ook tot regelrechte kapitaalvernietiging.

De afgelopen jaren heeft de Nederlandse overheid, met nagenoeg kamerbrede steun, fors geïnvesteerd in onderwijs in ontwikkelingslanden. Daar zijn heel goede redenen voor. Onderwijs is niet alleen van belang voor de persoonlijke ontwikkeling, het is ook het fundament voor een sociale, democratische samenleving en economische groei. Een gedegen opleiding is het toegangskaartje tot werk en inkomen. Niet voor niets wordt er ook in ons eigen land belang gehecht aan de kwaliteit van het onderwijs en het voorkomen van schooluitval. Wie qua opleiding de boot mist, komt op grote achterstand te staan. Iedereen weet dat.

Andere normen

Voor ontwikkelingslanden gelden blijkbaar opeens heel andere normen. Bezuinigingen op het budget voor ontwikkelingssamenwerking worden vooral gezocht in de sociale sectoren, waarbij onderwijs het zwaarst wordt getroffen. Alleen al in 2011 wil de regering op steun aan onderwijs in ontwikkelingslanden zo’n 160 miljoen euro (ruim een kwart van de onderwijsbegroting) korten. Voor de komende jaren staan nog forsere ingrepen gepland. De reden? Staatssecretaris Ben Knapen zet volledig in op investeren in nieuwe thema’s als zelfredzaamheid en economische groei. Volgens deze regering is onderwijs in ontwikkelingslanden daarbij niet prioritair.

De Nederlandse overheid staat in die opvatting nagenoeg alleen. Onder wetenschappers is het positieve verband tussen onderwijs en economische ontwikkeling onomstreden. Geen enkel land heeft ooit stabiele en snelle economische groei bereikt zonder dat tenminste 40 procent van de volwassenen kon lezen en schrijven. Eén jaar onderwijs kan het inkomen als volwassene met 5 tot 15 procent doen stijgen; voor meisjes zelfs nog meer. De kwaliteit van het onderwijs bepaalt het rendement. Toegang tot onderwijs is niet genoeg, je moet er ook echt iets van opsteken. Investeren in ‘basic education’ – dat naast leren lezen en schrijven ook het aanleren van vaardigheden, alfabetisering en beroepstraining behelst - levert het meeste economische rendement op.

Kapitaalvernietiging

In het regeerakkoord werd al gemeld dat de nieuwe coalitie alleen nog ontwikkelingsgeld wil investeren in thema’s en sectoren ‘waar Nederland goed in is’. Thema’s als voedselveiligheid, landbouw en watermanagement. Onderwijs stond daar niet bij. Terwijl Nederland op dit terrein een schat aan kennis, expertise en ervaring heeft opgebouwd. Die wordt weer gebruikt om de onderwijsprogramma’s voortdurend te verbeteren en vernieuwen. Dat is hard nodig, want er valt nog een belangrijke kwaliteitsslag te maken.

Internationaal wordt Nederland beschouwd als toonaangevende, innovatieve donor en voortrekker van de Education for All-doelstellingen. Sinds 2000 gaan er wereldwijd ruim 40 miljoen kinderen meer naar school. Nederland heeft een belangrijk aandeel in dat succes. Nederlandse investeringen in onderwijs in ontwikkelingslanden hebben veel andere donoren over de streep getrokken. Maar juist deze sector, waarin de afgelopen vijftien jaar miljarden euro’s zijn geïnvesteerd en indrukwekkende resultaten zijn geboekt, wordt radicaal afgebouwd. Dat leidt tot regelrechte kapitaalvernietiging.

Door de economische crisis dalen de budgetten voor onderwijs, zowel van donorlanden als in ontwikkelingslanden zelf. Dat betekent dat de 72 miljoen kinderen, die nog geen toegang hebben tot school, ook de komende jaren weinig kans maken op onderwijs. Minstens zo erg is dat de miljoenen kinderen, die de afgelopen jaren eindelijk de weg naar school hebben gevonden, voortijdig afhaken of te weinig leren. Het werk is pas half af. Juist nú zou volop geïnvesteerd moeten worden in verbetering van de kwaliteit van onderwijs. Kleinere klassen, beter opgeleide leerkrachten, betere aansluiting van opleidingen bij de arbeidsmarkt. Net zoals we dat, ondanks de bezuinigingen, in Nederland proberen te doen, om de productiviteit te verhogen en de economie weer tot bloei te brengen.

«Terug