Het IOB-rapport
Overzicht
In het najaar van 2011 verscheen het zogenaamde IOB-rapport: een grondige evaluatie van 10 jaar Nederlandse onderwijshulp door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het onderzoek toonde aan dat Nederland een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan meer en betere ‘basic education’ in ontwikkelingslanden. Mede dankzij de Nederlandse hulp konden meer kinderen naar school gaan. Nederland toonde zich een innovatieve donor en had veel aandacht voor het coördineren van onderwijshulp met andere donoren.
Opzet evaluatie
Het IOB doet onafhankelijk onderzoek naar ‘de doelmatigheid, doeltreffendheid, relevantie en consistentie van het Nederlandse buitenlandbeleid’. In 2011 was tien jaar Nederlandse steun aan ‘basic education’ het onderwerp van onderzoek. Basic education omvat alle vormen van basis en lager vervolgonderwijs. In de periode 1999-2009 besteedde Nederland via diverse kanalen totaal ruim 3,5 miljard euro aan basic education in ontwikkelingslanden. Op 16 november 2011 verscheen het rapport ‘Education Matters – Policy Review of the Dutch Contribution to Basic Education 1999-2009’. Het onderzoek is gebaseerd op evaluaties in enkele partnerlanden, literatuurstudies, externe evaluaties van Nederlandse ngo’s, en een analyse van de Nederlandse uitgaven.
Conclusies
In de armste landen is de deelname van kinderen aan basic education in de periode 1999-2008 gestegen van 64% naar 82%. Vooral meer meisjes en kinderen uit kansarme groepen hebben betere toegang gekregen tot onderwijs. Het IOB concludeerde dat de Nederlandse onderwijshulp hier een belangrijke bijdrage aan heeft geleverd. Dat was vooral te danken aan:
- De langdurige inhoudelijke en financiële betrokkenheid.
- De inzet van themadeskundigen in Den Haag en op ambassades.
- De ruimte voor onderzoek en nieuwe initiatieven.
- De aandacht voor het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs.
- De goede samenwerking met ngo’s, multilaterale donoren en lokale onderwijsinstellingen, met veel aandacht voor de onderlinge coördinatie van onderwijshulp.
Aanbevelingen
Het IOB rapport toont aan dat onderwijs van groot belang is voor het behalen van successen op de nieuwe prioriteiten; met name voor de thema’s seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR), en vrede en veiligheid.
Hoewel de toegang tot basic education is toegenomen, gaan nog steeds veel kinderen niet naar school. Ook is de kwaliteit van onderwijs onvoldoende. De Nederlandse onderwijshulp zou zich moeten concentreren op meer toegang tot beter onderwijs voor kinderen uit de allerarmste en buitengesloten groepen. Een goede samenwerking met andere donoren en andere betrokken partijen is daarbij van groot belang.
IOB rapport 2011 Education matters; policy review of the Dutch contribution to basic education 1999-2009
IOB rapport 2011 Samenvatting
Op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn ook de onderliggende onderzoeksrapporten te vinden.
Beleidsreactie Staatssecretaris Knapen
Op 7 november 2011 schreef Staatssecretaris Ben Knapen in zijn beleidsreactie dat hij de analyse van de IOB onderschrijft en het eens is met de conclusie om meer focus aan te brengen in de onderwijssteun. Hij pleit er voor zich te richten op zwakke staten en conflictgebieden, en daarbinnen op meisjes. Hij wil dat vooral uitwerken via het Unicef-programma voor Peacebuilding en Education, het Global Partnership for Education en het subsidieprogramma voor Nederlandse ngo's (MFS-II). Aandacht voor onderwijs ten behoeve van SRGR zal ook binnen het GPE vallen. Voor de andere twee prioriteiten van het ontwikkelingsbeleid, voedselveiligheid en water, ziet Knapen vooral een rol weggelegd voor het (hogere) beroepsonderwijs.
Beleidsreactie Knapen, 7 november 2011
Brief Verantwoorde afbouw van basisonderwijs, november 2011