Skip links
Inhoud

Overzicht politiek debat

WRR-rapport

De leidraad voor het ontwikkelingsbeleid van staatssecretaris Ben Knapen is het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: Minder Pretentie, Meer Ambitie, over de effecten van 60 jaar Nederlandse ontwikkelingssamenwerking (OS). Dit is het zogenaamde WRR-rapport. De belangrijkste aanbevelingen van de WRR waren om Nederlandse belangen meer voorop te stellen bij het ontwikkelingsbeleid en om scherpere keuzes te maken naar thema's en landen. Het rapport werd op 18 januari 2010 overhandigd aan toenmalig minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders.

Een jaar na de publicatie van het WRR-rapport, op 1 februari 2011, kwam de nieuwe regering Rutte met een kabinetsreactie: Aan het Buitenland Gehecht. Deze werd op 18 april 2011 besproken in een Hoorzitting. Op 17 mei 2011 hield de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over de kabinetsreactie.

Basisbrief en Focusbrief

Inmiddels was staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen al aan de slag gegaan. Veel van de aanbevelingen van de WRR nam hij over in zijn algemene beleidsnotitie, de Basisbrief, die hij in het najaar van 2010 presenteerde. De selectie van thema's en landen die hij in de Basisbrief voorstelde, werkte hij verder uit in de Focusbrief. Deze verscheen in maart 2011.

Begroting 2011

De Begroting voor 2011 was overigens al in het najaar van 2010 gepresenteerd. Daaruit bleek duidelijk dat de nieuwe regering Rutte fors wilde bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, naar de lijnen die waren voorgesteld in het WRR-rapport.

Politieke debatten

Het politieke debat over het nieuwe ontwikkelingsbeleid is gevoerd in drie grote debatten, in een onlogische volgorde. Eind november 2010 debatteerde de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken met de staatssecretaris over de Begroting 2011. Een half jaar daarna, op 16 juni 2011, was er het Algemene Overleg over de Focusbrief, waarin het beleid staat uitgewerkt. Terwijl de dag erna pas een Algemeen Overleg was over de kabinetsreactie van het WRR-rapport, dus over de uitgangspunten van het nieuwe beleid,

Onderwijs: een posterioriteit

Onderwijs is voor de regering Rutte geen prioriteit meer binnen OS, maar een 'posterioriteit'. Voornaamste argument: Nederland zou op dit terrein geen aantoonbare meerwaarde hebben in vergelijking met andere donoren. Op het budget voor onderwijshulp wordt flink gekort. Veel onderwijsprogramma's zullen worden afgebouwd. Deels doordat onderwijs geen speerpunt meer is, maar ook eenvoudigweg doordat het aantal landen waarmee Nederland bilaterale steun verleent, sterk wordt verminderd. Een andere grote bezuiniging betreft de bijdrage aan het Global Partnership for Education (voorheen EFA-Fast Track Initiative), een internationaal fonds voor onderwijshulp. Nederland was mede-oprichter van het GPE en een van de belangrijkste donoren. Staatssecretaris Knapen belooft dat de overdracht en afbouw van onderwijsprogramma's zorgvuldig zal verlopen, en dat er daartoe voldoende afstemming zal zijn tussen andere donorlanden.

Standpunt GCE-Nederland

Deskundigen en direct betrokkenen hebben veel kritiek op het beeld dat het WRR-rapport schetst van onderwijshulp. De WRR noemt onderwijs een vorm van 'sociale zorg' en gaat daarmee voorbij aan het aantoonbare belang van onderwijs voor economische en politieke ontwikkeling. De deskundigheid die Nederland op onderwijshulp heeft, wordt door de WRR gebagatelliseerd. Internationaal is er dan ook veel kritiek op zowel de koerswijziging van Nederland als de argumentatie ervoor.

GCE-NL heeft in het najaar 2010 gepleit voor het terugdraaien van de bezuinigingen op onderwijshulp. De voorgestelde bezuinigingen zouden een afbraak betekenen van de investeringen die in de afgelopen jaren zijn gedaan en van de resultaten die zijn geboekt. De oproep van GCE-NL werd ondersteund door GCE-Internationaal, door GCE-coalities uit de parnterlanden en door direct betrokkenen uit de hele wereld.

De Tweede Kamer stemde echter in met het laten vallen van onderwijs als prioriteit. Door de kritiek vanuit binnen- en buitenland zag staatssecretaris Knapen zich echter wel genoodzaakt om te verzekeren dat hij met uiterste zorgvuldigheid te werk zou gaan bij de afbouw van de onderwijsprogramma's. GCE-NL wil er op toezien dat dit inderdaad gebeurt. Er zijn namelijk geen concrete toezeggingen gedaan. Anderzijds zijn er wel berichten dat van het beloofde overleg met andere donoren nauwelijks iets terecht komt.

In de zomer van 2011 heeft GCE-NL iedereen die betrokken is bij onderwijshulp (ministeries, politici, onderzoekers, ontwikkelingsorganisaties, kenniscentra) bij elkaar geroepen om te onderzoeken wat er vanuit Nederland mogelijk is om bij te dragen aan de Millenniumdoelen voor Onderwijs: de Onderwijsagenda 2015.