17-09-2015 | Zoals verwacht wordt in 2016 het budget voor onderwijs binnen ontwikkelingssamenwerking verder afgebouwd. Onder het hoofdje ‘sociale vooruitgang’ is nog krap €52 miljoen gereserveerd voor ‘toename van het aantal goed opgeleide professionals, door versterking van hoger en beroepsonderwijsinstellingen’. Een substantieel deel van dat bedrag wordt besteed aan beurzenprogramma’s voor studenten uit ontwikkelingslanden.

Wat verbetering van toegang tot goed basisonderwijs in ontwikkelingslanden betreft, doet de Nederlandse overheid niet meer mee. Na jarenlang internationaal een voortrekkersrol te hebben gespeeld bij het realiseren van de Education for All en de Millenniumdoelen op onderwijs, is de Nederlandse overheid nu praktisch hekkensluiter geworden.

Dat is niet alleen jammer, maar ook zorgelijk. Zeker gezien de nieuwe ambitieuze ontwikkelingsagenda 2030 waarover de komende week in New York wordt besloten. Een van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen gaat over ieders recht op onderwijs van goede kwaliteit. Dat moet in principe gefinancierd worden door alle landen zelf, en voor ca. 95% gebeurt dat ook. De armste landen gaat dat echter niet lukken. UNESCO becijferde dat de wereldwijde onderwijshulp zou moeten verviervoudigen om het nieuwe onderwijsdoel in 2030 te realiseren. De internationale onderwijshulp is echter al een paar jaar het dalen.

Ook het komende jaar voldoet de Nederlandse regering niet aan de lang geleden gemaakte afspraak dat ten minste 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen wordt besteed aan ontwikkelingssamenwerking. Officieel is dat in 2016 0,69% maar dat is mooier dan het lijkt. Uit het budget van minister Ploumen wordt ook de eerstejaars opvang van asielzoekers betaald. Trek je dat bedrag ervan af, dan besteedt Nederland slechts 0,52% van het nationale inkomen aan het bestrijden van de oorzaken van armoede.