Overzicht
Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen zet zijn beleid uiteen in de Basisbrief (de algemene uitgangspunten) en de Focusbrief (de uitwerking van de selectie van thema's en landen). Hij baseert zich grotendeels op het WRR-rapport Minder Pretentie, Meer Ambitie. Onderwijs is voor Knapen niet langer een prioritieit binnen ontwikkelingssamenwerking (OS), omdat Nederland hier geen specifieke meerwaarde zou hebben. Veel onderwijsprogramma's worden beëindigd of overgedragen aan andere donoren. GCE-Nederland is bezorgd dat de afbouw van deze programma's niet goed zal verlopen. Komt het onderwijs in ontwikkelingslanden nu voor grote problemen te staan? Worden de gedane investeringen en de behaalde successen nu afgebroken? Staat de internationale reputatie van Nederland op het spel?
Basisbrief
Op 26 november 2010 presenteerde staatssecretaris voor OS Ben Knapen zijn nieuwe beleid in de Basisbrief. De nieuwe koers is gebaseerd op de bevindingen en de keuzes van het WRR-rapport. De belangrijkste voorstellen:
- Het aantal partnerlanden wordt drastisch verminderd (van 33 naar 15 en uiteindelijk 10 landen).
- Economische zelfredzaamheid en groei krijgt voorrang op sociale ontwikkeling.
- De keuze is voor thema's waarbij Nederland een bijzondere expertise heeft, zoals watermanagement.
- Algemeen uitgangspunt is dat het strategisch belang van Nederland voorop dient te staan in het totale beleid, zowel wat betreft de maatschappelijke als de commerciële belangen.
Focusbrief
In de Focusbrief van 18 maart 2011 werkt Knapen zijn keuzes voor thema's en landen verder uit. Knapen stelt nu expliciet dat ontwikkelingssamenwerking een bijdrage zou moeten leveren aan het algemene buitenlandse beleid. Dat richt zich op het verbeteren van de economische positie van Nederland, het bevorderen van stabiliteit en veiligheid in de wereld, en van mensenrechten en rechtsstaat. Van daaruit volgt de keus voor de vier speerpunten:
- Veiligheid en rechtsorde
- Water
- Voedselzekerheid
- Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten
Politieke reacties
De regeringspartijen steunen het beleid van Knapen en hebben geen omverwerpende bezwaren tegen de keuze van de nieuwe speerpunten, de grotere rol van het bedrijfsleven en het verminderen van het aantal partnerlanden. Zij het vanuit verschillende uitgangspunten, trekken CDA en VVD in de Tweede Kamer min of meer één lijn. Wel zou de VVD graag zowel de 0,7 % norm als de DAC-norm voor OS ter discussie stellen, terwijl het CDA zich daartegen verzet. Gedoogpartner PVV is voor het afschaffen van alle ontwikkelingshulp, met uitzondering van noodhulp, maar neemt nauwelijks deel aan het inhoudelijke debat.
Hoewel ook de oppositiepartijen hervormingen wensen op het OS-beleid, zijn ze het niet eens met de voorgestelde koers. Alle partijen, de een meer dan de ander, betreuren de bezuinigingen op de sociale sectoren. Van stevige oppositie tegen de kortingen op onderwijshulp is echter geen sprake. De bezuinigingen lijken ook door de oppositiepartijen als een voldongen feit te worden beschouwd, met uitzondering van de CU.
De belangrijkste kritiek van de oppositie op het beleid van Knapen is:
- De nadruk op het (economische) belang van Nederland en de rol van het bedrijfsleven.
- De onduidelijke criteria voor de landenkeuze.
- Het gebrek aan coherentie van beleid en aan duidelijke afspraken daarover.
- Het gebrek aan aandacht voor de positie van vrouwen, en voor duurzame armoedebestrijding met aandacht voor klimaat en milieu.
Standpunt GCE-Nederland
Uit de Begroting 2011 was al gebleken dat de nieuwe regering Rutte fors wilde gaan bezuinigen op onderwijshulp. In de aanloop naar de begrotingsbehandeling heeft GCE-NL bij de bewindslieden op het MinBuZa en de cieBuZa gepleit voor het terugdraaien van de bezuinigingen. Belangrijkste argumenten: het belang van onderwijs voor economische en sociale ontwikkeling; en de internationaal erkende meerwaarde die Nederland op dit terrein heeft.
In de Tweede Kamer bleek echter geen tegenstand tegen het laten vallen van onderwijs als prioriteit. Hoewel de regering had toegezegd dat de overdracht en de afbouw van de onderwijsprogramma's zorgvuldig zou verlopen, waren er geen concrete toezeggingen gedaan.
Ook internationaal kwam kritiek op het Nederlandse beleid voor onderwijshulp. Zo bleek uit een voorlopig rapport van het FTI/Brookings Institute een alarmerend gebrek aan donorcoördinatie, waardoor sommige landen in korte tijd drie tot zelfs vijf belangrijke onderwijsdonoren zouden verliezen. Ook kan men zich internationaal niet vinden in het argument dat Nederland geen bijzondere expertise zou hebben op onderwijshulp.
Bij zowel de Eerste als Tweede Kamer heeft GCE-NL daarom herhaaldelijk de aandacht gericht op zorgvuldige afbouw en overdracht van de onderwijsprogramma's. Dit om te voorkomen dat:
- bepaalde ontwikkelingslanden voor onoverkomelijke problemen komen te staan;
- geboekte resultaten op het gebied van onderwijs verloren gaan;
- en Nederlandse investeringen van de afgelopen jaren teniet worden gedaan.
Eerste Kamer over Basisbrief
Op 15 februari 2011 beoordeelde de Eerste kamer de Basisbrief. GCE-NL heeft er bij de Commissie voor Defensie, BuZa en OS op gewezen dat er wel het een en ander schort aan de onderbouwing van het OS-beleid. Tevens drong GCE-NL er op aan te waarborgen dat de overdacht op een goede manier verloopt.
Brief GCE-NL aan cieDBO, 8 februari 2011
Tweede Kamer over Focusbrief
Op 16 en 21 juni 2011 hield de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over de Focusbrief. GCE-NL heeft bij alle OS-woordvoerders opnieuw aandacht gevraagd voor de mogelijk ernstige gevolgen van de bezuinigingen op onderwijs voor een aantal ontwikkelingslanden. Er bleek nog weinig te zijn geregeld voor de uitfasering van de onderwijsprogramma's. Uit een voorlopig rapport van het FTI/Brookings Institute bleek dat veel andere belangrijke donoren zich eveneens wilden gaan terugtrekken uit onderwijshulp. In diverse landen waarmee Nederland nog steeds een bilaterale relatie onderhoudt, zoals Benin, Bolivia, Burkina Faso en Zambia, zou dit ingrijpende gevolgen hebben voor het onderwijssysteem. De successen die in deze landen zijn geboekt, mede dankzij Nederlandse inspanningen, zouden zo teniet kunnen worden gedaan.
Brief GCE-NL aan Tweede Kamer, 9 juni 2011
Bijlage: BevindingenFTI/Brookings Institute
